In een interview met de Universiteit van Amsterdam bespreekt dr. Joanna Strycharz, universitair docent Persuasieve Communicatie, hoe bedrijven kunstmatige intelligentie en grote hoeveelheden persoonlijke data inzetten om advertenties steeds gerichter en persoonlijker te maken. Consumenten hebben nauwelijks zicht op wat er met hun gegevens gebeurt, en dat maakt hen kwetsbaar.
Strycharz onderzoekt hoe bedrijven data en algoritmes gebruiken om mensen online te beïnvloeden. Zij stelt dat de digitale omgeving weliswaar steeds persoonlijker wordt, maar tegelijkertijd steeds ondoorzichtiger. Consumenten weten vaak niet welke gegevens over hen worden verzameld, hoe die gegevens worden verwerkt, hoe hun online profielen worden opgebouwd en hoe bedrijven die profielen inzetten om hen gericht te beïnvloeden. Volgens Strycharz is het systeem inmiddels zo complex geworden dat consumenten niet alleen te weinig informatie hebben, maar het ook nauwelijks meer kunnen begrijpen. Daardoor komen fundamentele rechten onder druk te staan: het recht om vrij beslissingen te nemen, het recht op privacy en het recht op een eerlijke behandeling.
Een concreet voorbeeld van digitale kwetsbaarheid komt uit een boek van een oud-medewerker van Facebook. Daarin wordt beschreven hoe Facebook lette op gebruikers die hun selfies weer van het platform verwijderden. Als een tienermeisje haar selfie verwijderde, interpreteerde Facebook dat als een signaal dat zij onzeker was of een laag zelfbeeld had. Beautymerken konden vervolgens gericht advertenties voor make-up en verzorgingsproducten naar die meisjes sturen, zonder dat zij wisten dat hun simpele handeling werd gebruikt om iets te voorspellen over hun gevoelens. Strycharz benadrukt dat digitale kwetsbaarheid niet beperkt is tot traditioneel kwetsbare groepen zoals kinderen of ouderen: iedereen is kwetsbaar wanneer data op de juiste manier wordt ingezet.
De ontwikkeling van AI vergroot dit probleem verder. Waar het vijf jaar geleden nog duur en technisch complex was om advertenties inhoudelijk af te stemmen op een individu, kan dat nu vrijwel automatisch. Een adverteerder kan een AI-systeem opdracht geven een boodschap te maken die aansluit bij iemands persoonlijkheid, bijvoorbeeld passend voor een extraverte of introverte persoon. Onderzoek toont aan dat zulke op maat gemaakte boodschappen beter werken, en AI-systemen hebben tegelijkertijd voortdurend nieuwe data nodig om hun voorspellingen te verbeteren.
Strycharz noemt drie aandachtspunten voor betere consumentenbescherming. Ten eerste zouden bedrijven minder data moeten verzamelen. De privacywet AVG bevat het principe van dataminimalisatie, dat stelt dat organisaties niet meer gegevens mogen verzamelen dan strikt noodzakelijk. Bedrijven zouden moeten stoppen met het opslaan van data puur omdat het later misschien van pas kan komen voor een AI-systeem. Ten tweede is het naleven van de wet alleen niet voldoende. Bedrijven moeten zich ook afvragen of hun handelwijze eerlijk is tegenover gebruikers, en niet alleen of het juridisch is toegestaan.