Claes de Vreese, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, heeft de Stevinpremie ontvangen, de hoogste onderscheiding voor onderzoekers in Nederland op het gebied van kennisbenutting voor de samenleving. De Vreese onderzoekt hoe kunstmatige intelligentie en grote techbedrijven de democratie beïnvloeden, van journalistiek en verkiezingen tot de afhankelijkheid van Europese overheden van Amerikaanse clouddiensten. Met de prijs krijgt hij 1,5 miljoen euro voor verder onderzoek en activiteiten gericht op kennisbenutting.
De Vreese is sinds 2021 universiteitshoogleraar Kunstmatige Intelligentie en Samenleving aan de UvA, met een focus op media en democratie, en bekleedt sinds 2005 de leerstoel politieke communicatie aan de Amsterdam School of Communication Research. Volgens hem is AI een systeemtechnologie die alle kerninstituties van de democratie raakt, van media en politieke partijen tot de financiële sector en overheidsinstellingen.
Onderzoek van De Vreese naar de gemeenteraadsverkiezingen laat zien dat de gepercipieerde inzet van generatieve AI in campagnes afnam, terwijl AI bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen wel degelijk werd gebruikt, vooral door de PVV. Een grote meerderheid van de respondenten in zijn onderzoek vindt het onverstandig dat politici AI inzetten in de campagnevoering.
Een centraal thema in zijn werk is de afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven. De Vreese wijst erop dat de gemeente Amsterdam voor een groot deel draait op producten van Microsoft, en dat het gebruik van Amerikaanse AI-modellen die afhankelijkheid verder vergroot. Omdat de Amerikaanse overheid invloed kan uitoefenen op de beschikbaarheid van bepaalde modellen en clouddiensten, kan het wegvallen daarvan volgens hem een groot deel van de werkzaamheden platleggen. Hij adviseert de stad om alternatieven te verkennen en scenario’s uit te werken voor het uitvallen van kritieke infrastructuur.
Ondanks de risico’s pleit De Vreese niet voor terughoudendheid, maar voor kritische en verantwoorde toepassing van AI door onderwijsinstellingen, bedrijven en de gemeente. Hij pleit voor Europese regelgeving met heldere basisregels en voor onderwijs waarin de invloed van AI een vast onderdeel wordt van elke studie, ongeacht het vakgebied.