Miljarden mensen gebruiken dagelijks de platforms van Google, Meta, Microsoft, Amazon en Apple om te communiceren, werken en informatie op te zoeken. Volgens mediawetenschapper Bjorn Beijnon doen deze platforms echter veel meer dan mensen helpen dingen gedaan te krijgen: ze zetten continu verzamelde data in om aandacht te sturen en hebben daarmee ook invloed op wie mensen worden. Op vrijdag 19 juni 2026 promoveert Beijnon aan de Universiteit van Amsterdam.
In zijn proefschrift richt Beijnon zich op de platforminfrastructuren achter grote technologiebedrijven. Elke zoekopdracht, klik, swipe en aankoop genereert data die worden geanalyseerd om toekomstig gedrag te voorspellen. Die voorspellingen bepalen vervolgens wat mensen online tegenkomen: van aanbevolen video’s en nieuwsberichten tot advertenties, meldingen en koopsuggesties. Beijnon stelt dat mensen door dit proces zichzelf steeds meer gaan zien als een ‘data subject’, iemand die het eigen leven vrijwillig omzet in data als reactie op platformprikkels, maar die zichzelf tegelijkertijd nog steeds ervaart als iemand met controle over het eigen gedrag en de eigen keuzes.
Een kernpunt in het onderzoek is dat de macht van platforms vaak onzichtbaar werkt. Slimme technologieën, zoals telefoons, speakers en horloges, sturen gedrag via ontwerpkeuzes die als handig of vanzelfsprekend aanvoelen. Beijnon beschrijft dit als een verschuiving in de manier waarop macht werkt in digitale samenlevingen: in plaats van gedrag te sturen via regels en beperkingen, passen platforms de digitale omgevingen waarin beslissingen worden genomen steeds verder aan. “De meest effectieve vormen van invloed worden niet ervaren als dwang; ze worden gezien als behulpzame suggesties. Macht werkt tegenwoordig dus vaak via gemak,” aldus Beijnon.
Voor zijn onderzoek zoomde Beijnon in op twee specifieke communities: een Nederlandse community van complotdenkers en een community die via het Fediverse alternatieven ontwikkelt voor mainstream sociale media. Het Fediverse is een netwerk van onderling verbonden, maar zelfstandig draaiende sociale mediaplatforms. Uit zijn bevindingen blijkt dat gepersonaliseerde informatieomgevingen diepgaande gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop mensen de werkelijkheid waarnemen. Algoritmisch samengestelde inhoud kan bestaande overtuigingen versterken en bijdragen aan een gefragmenteerd begrip van de wereld. Tegelijkertijd observeerde Beijnon bij Fediverse-communities alternatieve benaderingen waarbij transparantie, collectieve governance en publieke waarden centraal staan in plaats van data-extractie en advertentie-inkomsten.
Beijnon pleit ervoor het debat over technologie te verbreden voorbij privacyzorgen. Volgens hem zijn vragen over technologie ook vragen over democratie, autonomie en macht. Platforms beïnvloeden het publieke debat, sociale relaties, politieke participatie en alledaagse besluitvorming, en verdienen daarom een bredere maatschappelijke discussie.