Bij ongeveer vier op de tien patiënten met grootcellig B-cellymfoom (LBCL) is de standaard immunochemotherapie onvoldoende effectief. Onderzoekers van Cancer Center Amsterdam hebben nu een veelbelovende bloedtest ontwikkeld die met behulp van kunstmatige intelligentie vroeg in het behandeltraject kan identificeren bij welke patiënten de eerstelijnstherapie waarschijnlijk tekortschiet.
Grootcellig B-cellymfoom is een agressieve vorm van lymfoom waarbij standaard immunochemotherapie bij een aanzienlijk deel van de patiënten niet afdoende werkt. Circa veertig procent van de patiënten krijgt een terugval of overlijdt aan de ziekte. Clinici hebben daarom behoefte aan betrouwbare, vroege instrumenten om tijdig te kunnen ingrijpen en de behandeling aan te passen. Tot nu toe ontbrak een geschikt moleculair risico-instrument.
In een studie met 192 patiënten analyseerden Steven Wang, Parisa Mapar en hun team kleine fragmenten van tumour-afgeleid celvrij DNA (cfDNA) in het bloed via zogeheten shallow whole-genome sequencing (sWGS). Deze aanpak detecteert DNA-afwijkingen in de bloedbaan die kunnen wijzen op de aanwezigheid van kanker. Traditioneel is sWGS minder gevoelig dan diep whole-genome sequencing, dat weliswaar hoge gevoeligheid biedt maar ook kostbaar en complex is voor toepassing in de dagelijkse klinische praktijk. Door AI-gebaseerde analyse toe te passen, behoudt de nieuwe test een hoge gevoeligheid en wordt hij tegelijkertijd betaalbaarder en praktischer inzetbaar.
De bloedmonsters waren afkomstig van patiënten die deelnamen aan twee nationale HOVON-studies en waren opgeslagen in het Liquid Biopsy Center van Cancer Center Amsterdam, een groot biobank met bloed en andere lichaamsvloeistoffen van kankerpatiënten. Het AI-instrument integreert drie klassen cfDNA-kenmerken, namelijk genomische afwijkingen, fragmentlengte en -samenstelling, en terminale sequentiemotieven, tot één samengestelde maatstaf: de ACT-score.
De prognostische waarde van deze score is aanzienlijk. Patiënten met een positieve ACT-score na één cyclus immunochemotherapie hadden beduidend slechtere uitkomsten dan patiënten met een negatieve score. Na twee jaar had 71 procent van de ACT-positieve patiënten ziekteprogressie of terugval meegemaakt, tegenover 17 procent in de ACT-negatieve groep. Het verschil in algehele overleving was even uitgesproken: 47 procent van de ACT-positieve patiënten was na twee jaar nog in leven, vergeleken met 93 procent van de ACT-negatieve patiënten.
Voor patiënten is de test weinig belastend: er is slechts één bloedafname nodig na de eerste behandelcyclus, zonder aanvullende tumorbiopsieën of bloedafname voorafgaand aan de behandeling. De ACT-score kan vroege behandelbeslissingen ondersteunen en clinici helpen om patiënten te identificeren die baat kunnen hebben bij intensivering of aanpassing van de behandeling, terwijl patiënten met een laag risico mogelijk worden gespaard van onnodige escalatie. Omdat de methode gebruikmaakt van open-source software en sWGS, is zij technisch en logistiek geschikt voor integratie in de reguliere klinische praktijk. De studie werd gefinancierd door KWF, de John en Marine van Vlissingen Foundation en het CCA Liquid Biopsy Center, en de resultaten werden gepubliceerd in het tijdschrift Cell Reports Medicine.