In een rapport van de Berlijnse denktank Interface wordt Amsterdam genoemd als een van de Europese koplopers in AI-talent. Maar wat betekent die groei voor de regio en hoe zorgen we ervoor dat Amsterdam die positie behoudt? Daarover gingen we in gesprek met coalitiemanager Bart Krull van Amsterdam Economic Board.
Volgens het rapport heeft Amsterdam na San Francisco en Seattle de hoogste concentratie AI-onderzoekers en -engineers per inwoner. Herkennen jullie dat beeld? Welke data gebruiken jullie zelf om dat te volgen?
“Dit verbaast ons niet. De kennisinstellingen in Amsterdam hebben een sterk technologisch profiel en er is veel bedrijvigheid. Daarnaast staat Amsterdam van alle Europese steden op plaats 7 van de ‘density leaders’, en zijn we op gebied van AI naar de internationale top 20 gestegen – vierde Europese stad. Dat betekent dat veel kennis, bedrijven en talent op een steenworp van elkaar liggen, ‘nabijheid’ is een kenmerk van sterk functionerende ecosystemen.
Maar als we niet investeren, zullen we zakken op deze lijsten. We moeten zorgen dat we bestaande successen omzetten naar toekomstige successen.”
Waar komt die sterke groei vandaan? Is dat vooral een gevolg van internationale talentmigratie, de aanwezigheid van bedrijven, universiteiten of gericht beleid?
“We zijn van nature al sterk op het gebied van tech en software. En kijk ook naar de randvoorwaarden, zoals de AMS-IX, de kwaliteit van onze kennisinstellingen en innovatiecampussen én talent in het algemeen. Recent deelde Techleap hun rapport State of Dutch Tech, waarin al werd gesproken over een hoge concentratie van talent op AI-gebied. Het is dan ook niet gek dat we hierin groeien. Die groei is ook belangrijk, omdat talent en kennis belangrijke voorwaarden zijn om een toekomstbestendige economie op te bouwen.”
Is Amsterdam voldoende voorbereid op deze toestroom? Denk aan huisvesting, internationale scholen, werkvisa, laboratoriumruimte en toegang tot financiering?
“Hier is een belangrijke rol voor de regio weggelegd. De stad stopt niet bij de grenzen van de A10. Er zijn nog volop mogelijkheden voor deze zaken in de regio, bijvoorbeeld in Almere, Hilversum, (specifiek voor tech en media, ) of Haarlemmermeer. Het laat wel zien hoe belangrijk het is dat verschillende bloedgroepen bij elkaar aan tafel terechtkomen om samen aan dit soort vraagstukken te werken. Daarin moeten namelijk de belangen van bedrijven, maar ook van overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties meegewogen worden.”
Hoe voorkomen we dat Amsterdam vooral een ‘doorvoerhaven’ wordt, waar talent een paar jaar blijft en vervolgens vertrekt naar Londen, Zürich of de VS?
“Het belangrijkste is dat we in staat zijn om de successen van vandaag om te zetten naar de successen van de toekomst. Dat betekent dat we moeten investeren in duurzaam verdienvermogen, weerbaarheid en brede welvaart. Amsterdam is een fijne omgeving om te wonen en werken, maar dat behouden we alleen als we blijven investeren in het ecosysteem en de bedrijven van de toekomst.”
Het artikel suggereert dat geopolitieke ontwikkelingen en veranderingen in de VS bijdragen aan een omgekeerde ‘brain drain’, waarbij meer AI-talent naar Europa komt. Is dat een tijdelijk effect of een structurele trend?
“Wij hebben geen inzichten die suggereren of dit van tijdelijke of structurele aard is. Je kunt wel opmerken dat AI en de absolute topbedrijven niet in geografische afbakening denken. Talent en bedrijven opereren meer en meer globaal. Amsterdam is dan weer sterk gepositioneerd als uitvalsbasis voor veel talent en bedrijven vanwege het internationale karakter.
Wat de geopolitieke ontwikkelingen ook laten zien is dat we in Europa anders moeten nadenken. Het is belangrijker dan ooit om een weerbare economie op te bouwen, waarin we relevante onderdelen uit de tech stack – digitale waardeketen – beheersen. Daarom is het ook belangrijk dat AI-talent de weg weet te vinden naar strategisch relevante bedrijven en vraagstukken.”
Als Amsterdam zoveel AI-talent aantrekt, zien we dat ook terug in economische waarde?
“Het is nog te vroeg om uitspraken te doen over het effect van de toestroom in het afgelopen jaar. Maar het is zeker zo dat AI- talent een enorme economische waarde vertegenwoordigd. En juist in Amsterdam zijn we door kruisbestuiving in staat om dit om te zetten naar toepassingen in zorg, industrie en energie.”
Het rapport laat ook zien dat de groei van AI-talent niet automatisch leidt tot meer diversiteit, en dat vrouwen ondervertegenwoordigd blijven in gespecialiseerde AI-functies. Hoe kijkt Amsterdam Economic Board hiernaar en wat kan de regio doen?
“Dat is zeker belangrijk. Niet alleen als maatschappelijk doel om gelijke kansen te krijgen, maar ook omdat het op het gebied van innovatie een enorme economische betekenis heeft. Diverse teams presteren beter. Zorginnovatie is een perfect voorbeeld dat laat zien hoe belangrijk het is om vanuit teams te werken die de samenleving weerspiegelen. Denk aan het voorkomen van bias in de ontwikkeling van geneesmiddelen.
De regio kan diversiteit stimuleren door dit systematisch te meten, inclusiever te investeren, bijvoorbeeld door meer durfkapitaal naar vrouwelijke oprichters te laten vloeien, inclusieve AI-teams te promoten, inclusie onderdeel te maken van productontwikkeling en meer uiteenlopend talent aan te trekken.”
Kan Amsterdam zijn positie als AI-hub vasthouden als de instroom van studenten bij universiteiten en hogescholen afneemt? Welke maatregelen zijn nodig om te zorgen dat er ook voldoende lokaal opgeleid AI-talent beschikbaar blijft?
“De kennisinstellingen behoren tot de bouwstenen van onze sterke AI-positie. Dat is juist iets wat ons onderscheidt. Het is belangrijk om te zorgen dat we open blijven staan voor talent. En het is belangrijk om het technologische profiel van onze kennisinstellingen te blijven benadrukken.
Tot slot moet het aantrekkelijk zijn om de kennis van universiteiten om te zetten in ondernemerschap, van proof-of-pilots naar het opschalen van impactvolle bedrijven. Dan maak je een grote sprong in het beschermen van duurzaam verdienvermogen, en zorg je dat je technologie ook voor maatschappelijke transities, bijvoorbeeld in zorg of energie, in kan zetten. Zo ontstaat een vliegwiel dat zorgt dat we als regio internationaal talent blijven aantrekken.”